Erfrecht
Op 1 januari 2003 is het nieuwe erfrecht in werking getreden. Het was een moeizame en langdurige ontwikkeling gezien het feit dat het eerste ontwerp al dateert vanaf 1954. Uiteindelijk is het dan toch zover en op 1 januari 2008 wordt boek 4 erfrecht ingevoerd. Het erfrecht maakt onderdeel uit van het vermogensrecht en bevat even als boek 3, bepalingen die voor alle goederen van belang zijn. Met als een verschil anders dan boek 3, bevat boek 4 slechts regels voor een situatie en dat is de overgang van goederen en schulden na overlijden van de erflater. De erflater is degene die overlijdt en vermogen na laat. Het vermogen dat overgaat heet nalatenschap vanuit de overledenen bezien of erfenis vanuit de erfgenamen bezien. Er zijn behoorlijk wat verschillen ten opzichte van het oude recht.
In de eerste plaats wordt de rechtspositie van de langstlevende echtgenoot behoorlijk versterkt. Verder is de positie van de legitimaris verzwakt en bovendien is er thans een uitvoerige bewindregeling in boek 4 vastgelegd. Verder zijn er nog wat nieuwe regelingen inzake de gevolgen van de erfopvolging met name noem ik de invoering van het openbare boedelregister en de wettelijke regeling van de verklaring van erfrecht.
Erfopvolging kan plaats vinden op grond van de wet alleen dat is op het moment dat er geen testament is. Wordt dit testament wel gemaakt dan noemen we dat de testamentaire erfopvolging. Allereerst de wettelijke verdeling dus de erfopvolging bij versterf. Er is geen testament - dan verkrijgt de langstlevende echtgenoot van rechtswege de goederen van de nalatenschap maar die moet ook de schulden van de nalatenschap voor zijn rekening nemen. De kinderen verkrijgen als erfgenaam van rechtswege een geldvordering op de echtgenoot overeenkomend met de waarde van zijn erfdeel. Die vordering, dus de vordering van de kinderen is overdraagbaar. Was er echter sprake van een huwelijksgoederengemeenschap dan verkrijgt de langstlevende echtgenoot het totale vermogen van de gemeenschap. Ter voorkoming van problemen is het altijd goed een boedelbeschrijving op te maken dan kan ook de vordering van de kinderen correct plaatsvinden.
De praktijk leert echter dat te vaak genoegen wordt genomen met de waarde van de vorderingen zoals die blijken uit de aangifte voor de heffing van het successierecht. Uiteraard kan ook bij de notaris een testament worden opgemaakt. In artikel 42 van boek 4 wordt een testament een uiterste wilsbeschikking genoemd. Dit is een eenzijdige rechtshandeling die eerst werkt bij overlijden van de erflater en die slechts persoonlijk kan worden gemaakt en steeds eenzijdig kan worden herroepen. De uiterste wil is een eenzijdige rechtshandeling dat betekent dat de wilsgebreken van boek 3 artikel 44 in deze van toepassing zouden zijn en dat is bedreiging, bedrog en misbruik van omstandigheden maar door de erfgenamen kan de uiterste wilsbeschikking nimmer op grond van deze 3 omstandigheden worden aangetast. Misbruik van omstandigheden niet op grond van de wet, bedreiging en bedrog niet op grond van het feit dat de erflater daar feitelijk zelf achter moet komen en het aan hem is of hij dan de uiterste wil in stand wilt laten of niet. Ook dwaling tast het testament niet aan. Feitelijk dat het slechts een situatie dat de erflater zijn wil niet kan bepalen die de mogelijkheid biedt om een uiterste wilsbeschikking aan te tasten maar de bewijslast rust dan wel op degene die de geldigheid van het testament wil aantasten. Bij uiterste wil kunnen kinderen worden onterfd. In het nieuwe recht hebben legitimaris recht op een gedeelde van de waarde van het vermogen van de erflater dus een vordering in geld en niet in goederen. Bovendien moet de legitimaris steeds een beroep doen op zijn legitieme portie. Hij is geen deelgenoot in de nalatenschap. Veelal wordt in de uiterste wilsbeschikking een of meerdere executeurs testamentair benoemd. De executeur is degene die de opdracht heeft gekregen van de erflater om na diens dood zijn nalatenschap te regelen. Aan de executeur is dat hij toch contact houdt met de erfgenamen ten einde problemen in de afwikkeling te voorkomen. De executeur hoeft benoeming niet te aanvaarden bovendien kan hij, wanneer hij van mening is dat hij de taak niet meer aan kan of om andere redenen, zich wenden tot de kantonrechter die steeds ontslag uit de executele zal geven. Echter ook de erfgenamen kunnen de executeur uit zijn taak doen ontslaan door de kantonrechter maar dit op grond van de gewichtige redenen. Gezien de vaak gevoelige verhoudingen die duidelijk worden na het overlijden van een van de ouders lijkt het beter niet een van de kinderen te benoemen tot executeur. Het is beter daarvoor een onafhankelijke aan te wijzen bijvoorbeeld een notaris of kandidaat notaris. De taak van de executeur is het beheer van de nalatenschap, de schulden te voldoen die zijn ontstaan tijdens zijn beheer en de schulden van de nalatenschap te voldoen. De executeer dient aan het einde van zijn beheer rekening en verantwoording af te leggen aan de erfgenamen en de legitimarissen. De erfgenamen hebben de keuze tussen zuivere aanvaarding, aanvaarding onder het voorrecht van boedelbeschrijving ( beneficiaire aanvaarding) en verwerping van de nalatenschap. Wanneer zuiver wordt aanvaard, aanvaart u het complete vermogen hetgeen zowel rechten als schulden kan inhouden. Het zou wel eens zo kunnen zijn dat zo’n nalatenschap negatief uitpakt en dat betekent dat u blijft zitten met een schuld die u dan alsnog zult moeten voldoen uit uw eigen vermogen.
U heeft als erfgenaam wel 3 maanden de tijd na de dood van de erflater om uw keuze uit te brengen maar dan zult u hem ook echt moeten uit brengen. Wanneer u verwerpt, betekent het dat u niet zult erven. Echter gedurende de bedenktijd van 3 maanden mag u dan wel geen beheershandelingen verrichten want dat impliceert meteen dat u de erfenis aanvaard. Aanvaardt u beneficiair, dan betekent dat u alleen, wanneer er een positief saldo is, zult erven. U kunt dus niet aangesproken worden voor een negatief eindsaldo van de nalatenschap.
Ten slotte. Door de invoering van het nieuwe erfrecht zijn niet al die oude testamenten plots vervallen. Al die testamenten opgemaakt voor 1 januari 2003, onder meer het testament op de langstlevende ook wel genoemd de ouderlijke boedelverdeling, blijft in stand. Dit betekent dat wij nog jaren van doen zullen hebben met het oude erfrecht.
Als laatste zij nog opgemerkt dat Nederland wat betreft de registratie van het testament een bijzondere positie inneemt. Een testament moet worden opgemaakt bij een notaris die het zal moeten doen inschrijven in het testamentenregister. Na het overlijden wordt dit register geraadpleegd zodat steeds het laatst opgemaakt testament bekend wordt. Zo er geen testament is opgemaakt, blijkt dit ook uit het testamentenregister.